Wikia


Slag om Amerida

De eerste grote oorlog begon in het jaar 3, na oplopende spanningen tussen de inheemse Inkaza en de Vrije Republiek Honthem. De eerste veldslag was de slag om Amerida, een klein vissersdorpje in noord-oost Honthem; de Inkaza verzamelden bij Melka bij de grens, en vielen onverwacht aan en veroorzakten veel slachtoffers. Deze slachtoffers vielen niet alleen bij het leger, maar vooral bij burgers die de brandende stad wilden ontvluchten en werden aangezien voor soldaten. Na een belegering van 4 dagen werd het al gauw duidelijk dat er geen beweging in de fronten kwam, en werd de aanval op orders van Pachacuti stilgelegd. Dit was de slag met de meeste slachtoffers in de hele eerste oorlog; maar liefst 508 waarvan 413 burgers.

Slag om Melka

Nog geen 3 weken later antwoordde de Republiek met een aanval op Melka. Deze aanval was zeer succesvol; de Republiek leidde tijdens de slag geen verliezen, en konden de stad moeiteloos innnemen. De reden waarom deze slag zo vlot verliep was dat de Inkaza teruggetrokken waren en een leger hadden gestuurd naar een andere stad: Kuriüsk. Deze strategische stad had een directe route naar de hoofdstad van de Inkaza (Kiel), waardoor de Inkaza dit als prioriteit zagen.

Na Melka

De jaren na de slag om Melka verliepen verdacht rustig; er waren jaarlijks een of twee incidenten, maar geen veldslagen meer. Toen de hongerwinter van het jaar 6 begon, focusten alle leiders zich op het voeden en onderhouden van hun bevolking in plaats van de oorlog. Sindsdien is er geen enkel incident meer geweest, wat uiteindelijk leidde tot het Verdrag van Jevanos in het jaar 12 en de Vrede van Nieuw Rhatia in 14.

12

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.